h

Debat veehouderij ‘Beter op tijd inkrimpen dan doormodderen’

7 juli 2017

Debat veehouderij ‘Beter op tijd inkrimpen dan doormodderen’

Voorzitter, deze krantenkop had vanochtend in de krant kunnen staan. Deze kop stònd echter niet vandaag in de krant, of gister, of in de afgelopen weken. Nee. Toen deze kop in de krant verscheen was ik anderhalf jaar oud: november 1988.

Een ander voorbeeld: ‘Terwijl het mestprobleem al 25 jaar bekend is, zijn er nog steeds geen afdoende maatregelen genomen.’ Beste mensen, dit was 1993. Sinds dit gezegd is zijn er alweer 24 jaar voorbij. Bijna 50 jaar nadat het probleem voor het eerst bekend was, staan we nu hier.

Er wordt hier soms gedaan alsof de discussie die wij vandaag de dag voeren nieuw is, of uit de lucht komt vallen. Dit is natuurlijk absoluut niet het geval. De discussie is niet nieuw. Wat wel nieuw is, is dat er hier nu een College zit dat er naar begint te handelen. Dat niet alleen naar de belangen van de één kijkt, maar naar het grotere plaatje. Hoe moeilijk ook.

Voorzitter. Ik heb mijn bijdrage in drie thema’s verwerkt:

  • Natuur hoort bij Brabant
  • Burgers horen bij Brabant
  • Boeren horen bij Brabant

Natuur hoort bij Brabant

‘Er ligt een deken van stikstof over Brabant.’ Zo noemde Natuurmonumenten het onlangs nog. Heide wordt verdrongen door grassen, jonge vogeltjes hebben dusdanig zwakke botjes dat hun pootjes breken en ze niet in staat zullen zijn om te vliegen, biodiversiteit neemt af. Te veel stikstof heeft zijn weerslag op de natuur. Is dat erg? Nou… ja. Wat de SP betreft wel. En ik neem aan andere partijen ook, ik meen in ieder geval de heer Boon vorige week nog te hebben horen zeggen dat de PVV een échte natuurpartij is. We zullen zien.

Naast het feit dat we natuur an sich al erg waardevol vinden, maakt het ook onderdeel uit van de leefbaarheid van de leefomgeving van de mens. Het heeft invloed op onze welbevinden. Als dat onder druk staat, dan moeten we daar iets mee.

Depositie en emissie stikstof

Zoals gezegd ligt er een deken van stikstof over Brabant heen. En nee, daar is niet alleen de veehouderij debet aan, maar Ammoniak is wel de stikstofverbinding die het meeste invloed heeft op de natuur. Laat het over-  overgrote deel van deze ammoniak nu net wél uit de veehouderij komen. Nu wordt er van alles gedaan om op locatie de effecten van ammoniak te neutraliseren, strooien van kalk bijvoorbeeld, maar dit is symptoombestrijding. Dit moet aangepakt worden bij de bron: anders blijft het dweilen met de kraan open.

Het plaatsen van een luchtwasser lijkt de meest makkelijke optie om de emissie te reduceren. Het is geen geheim dat de SP dit niet als de meest ideale, of enige optie ziet. Ik heb vaker gepleit voor alternatieven, om meerdere redenen. Ik zou graag nog meer duidelijkheid krijgen omtrent het plaatsen van luchtwassers. Het verhaal gaat rond dat dit de enige manier zou zijn om de uitstoot van stikstof terug te dringen. Is dit een fabeltje of niet? Graag wil ik dit samen met het ammoniak uit de lucht hebben.

Burgers horen bij Brabant

Als we af moeten gaan op de media berichten van de afgelopen paar weken zou je denken dat het alleen maar om de boeren gaat. Ik heb het daarnet al over de natuur gehad, maar het gaat natuurlijk ook over álle burgers van Brabant.

Risico’s volksgezondheid rond intensieve veehouderij

Burgers, die nu bijvoorbeeld kampen met gezondheidsklachten. Het is ondertussen wel aangetoond dat rond kippen- en geitenhouderijen, maar in mindere mate ook rond varkenshouderijen. Maar we kennen ondertussen ook allemaal de gevolgen van de q-koorts en eerdere dierziekten. Onlangs nog waarschuwde bloedbank Sanquin voor Hepatitis E. Zij constateerden meer gevallen van dit virus in veedichte gebieden. Daarnaast maak ík me zorgen wanneer huisartsen mij vertellen dat zij steeds vaker vrouwen in hun praktijk zien met chronische urineweginfecties dankzij de ESBL bacterie, of dat zij moeten leuren met varkensboeren om een plekje in een ziekenhuis te krijgen vanwege MRSA. Is GS het met de SP eens dat de provincie in haar beleid aandacht moet hebben voor deze gezondheidsrisico’s? Hoe komt dit tot uiting in de plannen?

Effect van het stalderen

Een flink deel van deze gezondheidsrisico’s komt voort uit de hoge veedichtheid. Laten de wijzigingen in de verordening ruimte nu net deze dichtheid in de meest urgente gebieden doen afnemen.

Door de afname van de veedichtheid rond overbelaste kernen zal ook de overlast afnemen en de leefbaarheid weer toenemen. Tegelijkertijd worden oude stallen meteen opgeruimd door het stalderen, ook dat draagt weer bij aan de leefbaarheid van een gebied.

Bedrijven in de knel

De stikstofruimte in Brabant is beperkt. Bedrijven, agrarisch of niet, hebben een deel van die ruimte in gebruik. Wanneer zij iets aan willen passen, of uitbreiden, of iets nieuws neer willen zetten hebben ze weer een stukje van die ruimte nodig. Je snapt het misschien al: dit kan niet oneindig doorgaan. Op een gegeven moment is het op. Die grens is in een aantal delen van Brabant al bereikt. Ontwikkelingen zitten op slot. Een boer kan niets meer, maar elke willekeurige ondernemer die iets aan zijn zaak wil doen kan daar ook zomaar tegenaan lopen: buiten zijn schuld om. Het zijn namelijk de veehouderijen die de beschikbare koek opgegeten hebben – 95% – de kruimeltjes resten voor de andere ondernemers. Dat kan natuurlijk niet.

Wat mij ook enigszins verbaasd heeft, is dat een aantal boeren lijkt te denken dat de stikstofruimte ook echt van hén is. Dat is natuurlijk niet zo. Die ruimte is er voor iedereen, hoewel veehouders dus wel het grootste gedeelte opslokken. Dat betekent dat alle ondernemers, dus ook boeren, weer aanspraak kan maken op de ruimte wanneer dat weer beschikbaar komt. Kan GS dan ook bevestigen dat het niet mogelijk is om stikstofruimte voor een bepaalde sector te reserveren? Zodat andere bedrijven weer verder kunnen, net als de boeren zelf?

Boeren horen bij Brabant

De veehouderijlobby heeft onlangs een mooie slogan in het leven geroepen: boeren horen bij Brabant. Daar valt niks aan af te dingen. Boeren maken onlosmakelijk deel uit van de geschiedenis van en zeker ook de cultuur in Brabant. Maar blijft dat ook zo?

Al een hele tijd stoppen dagelijks meerdere boeren. Dat komt niet door beleid dat wij voeren, of gaan voeren, maar onder andere door de sterke focus op bulkproductie. Eigenlijk de hele reguliere agrarische wereld is hierop ingericht: de advisering, financiering, enzovoort. De veehouderij wordt hierdoor steeds minder herkenbaar en komt daardoor ook steeds verder van de maatschappij af te staan. Je ziet nu al dat er steeds meer spanningen ontstaan. We kennen allemaal de voorbeelden van protesten bij de bouw van stallen waar duizenden beesten in komen te staan.

Wat ik hiermee wil zeggen is dit: als iets deel uit wil maken van lokale of regionale cultuur, zal het wel geaccepteerd moeten worden. Juist deze maatschappelijke acceptatie dreigt nu dus steeds meer te verdwijnen. Niet door provinciaal beleid, maar door ontwikkelingen die al jaren aan de gang zijn. Wat zijn de risico’s wanneer het maatschappelijk draagvlak voor de veehouderij verder afneemt?

Doodlopende weg van de bulkproductie

De focus ligt nu veel te veel op bulkproductie, wat per definitie leidt tot een groei van de veestapel. Wat de SP betreft een doodlopende weg. Bulkproductie drukt de prijzen, waardoor er meer geproduceerd moet worden om meer geld te verdienen. Hierdoor dalen de prijzen weer verder, omdat er meer geproduceerd wordt. Een vicieuze cirkel die voor niemand goed is. Hoe staat GS tegenover deze bulkproductie? Zien zij hier nog toekomst voor? Zo ja, in welke mate?

Rol banken

Dat een Rabobank vraagt om een compensatie, snap ik wel. Dat zou voor hen betekenen dat een overheid dadelijk hun niet-houdbare verdienmodel – het investeren in intensivering – alsnog in stand zou blijven houden. Ik snap ze wel. Maar ik keur het niet goed.

Het is nota bene de Rabobank zélf geweest, met andere banken, die deze onzalige vlucht naar schaalvergroting gefinancierd heeft. En de Rabobank wéét dit maar al te goed. De roep om compensatie is om hún zakken gevuld te houden. Terwijl ook zij zelf zien dat bulkproductie een doodlopende weg is. In dit huis heeft een Rabo-directeur ooit zelf gezegd: morsdood. Kort geleden nog een rapport van lokale Rabobanken in Limburg: het roer moet om. Kent en deelt GS deze analyse?

Rol retail en consument

Heel eerlijk: wij vinden dat er door veel boeren veel te veel energie gestoken wordt in het beconcurreren van elkaar om dan vervolgens de beschuldigende vinger naar derden te wijzen. Terwijl de problemen toch echt anders zijn ontstaan: banken die sturen op die groei, de retail die dumpprijzen geeft voor door boeren met liefde geproduceerde producten. Dit is niet nieuw, maar al jaren aan de gang.

Boeren zullen de SP altijd aan hun zijde vinden bij een strijd voor een eerlijke prijs voor een eerlijk product, maar pak het probleem wel aan daar waar het zit. Hoe ziet GS de rol van de retail? Is GS voornemens om samen met boeren en retail in gesprek te gaan over eerlijke prijzen voor eerlijk werk?

Flankeren beleid

Als laatste zou ik ook nog een paar woorden willen weiden aan het flankerend beleid. De contouren kennen we, maar de SP zou het zeer waarderen als GS nu al wat meer daarover kan zeggen. Wij hebben vorige week de andere partijen ook echt wel in gehoord. Ik heb daar nog de volgende vragen over:

  • Het servicepunt: welke rol krijgen zij precies? Adviserend? Informerend? Beide? Graag wat meer licht hierop. Daarnaast zijn er natuurlijk al faciliteiten voor boeren die om willen schakelen, denk aan het Landbouwinnovatiefonds, maar ook FoodUp. Hoe gaat GS deze bestaande hulpmiddelen koppelen aan het flankerend beleid zonder dat ze elkaar in de weg staan, maar elkaar juist versterken?
  • Het Innovatiefonds: welke voorwaarden worden daar aan gekoppeld, welke ondernemers mogen daar dadelijk aan mee gaan doen? Ook heb ik gedeputeerden horen zeggen dat marktpartijen ook bij moeten dragen. Hoe? Wat?
  • Tot slot wil ik nog aandacht vragen voor dreigende armoede onder boeren. Deze dreiging bestaat ook al zónder het voorliggend voorstel. Maar ik zou GS willen oproepen om in het flankerend beleid specifiek aandacht te hebben voor het voorkomen van armoede.

Afsluiting

Ter afsluiting, voorzitter: Het is geen geheim dat de SP streeft naar een gezonde en duurzame veehouderij, met het liefst zo klein mogelijke kringlopen. Ideaal zou zijn dat het mest wat in Brabant ‘geproduceerd’ wordt, ook binnen Brabant afgezet moet kunnen worden en er dus ook géén mestoverschot meer is. Dat zou een forse vermindering van het aantal dieren betekenen.

Daar zijn we nog niet. Dat streven zal dus niet verdwijnen, maar wat de SP betreft zijn deze plannen wél een eerste, noodzakelijke stap naar een schone en duurzame veehouderij dat kan rekenen op brede steun vanuit de maatschappij. ‘Tis klaar nu, de politiek heeft te lang getreuzeld.

Maarten Everling

Reactie toevoegen

U bent hier