Provinciale Statenverkiezingen 2019 SP Noord-Brabant

  • Volg ons

Lijsttrekker: Maarten Everling

De wachtlijsten in de jeugdzorg worden alsmaar langer. Steeds
meer mensen hebben moeite om een betaalbare woning te vinden.
Het openbaar vervoer wordt voor veel mensen onbetaalbaar.
Mensen voelen zich niet gehoord door de politiek. Dat zijn allemaal
gevolgen van politieke keuzes. Maar niet de keuzes van de SP!
De SP staat pal voor referenda. Wij willen stoppen met de marktwerking in het openbaar vervoer. We sluiten onze ogen niet voor de problemen in de jeugdzorg of woningmarkt. De SP kiest voor een sociaal en rechtvaardig Brabant, waar iedereen mee kan doen!

7. Joep van Meel

Breda

8. Wouter van der Staak

Meierijstad

10. Maurice Spapens

Breda

11. Tineke Claessens

12. Hieke Croese

13. Antonio Hidalgo Aragones

14. Thimo Groffen

15. Bernard Gerard

16. Anja Goosens

17. Stijn van den Brekel

18. Ruud Merks

19. Kees van Limpt

20. Miguel Reijnen

21. Arnold Hilhorst

22. Frans van Boekhold

23. Merian Marijnissen

24. Rita Bakker

25. Murat Memis

26. Tonnie Wouters

27. Suzanne van Wiggen

28. Bas van der Wiel

29. Bregje van Lieshout

30. Jan Hoevenaars

31. Helma Oostelbos

32. Jan Raaimakers

33. Caro Goudriaan

34. Ivo Kallis

35. Marie-Therese Janssen

36. Hein Kranen

37. Diana Vondeling

38. Theo Weenink

39. Therese van de Eventuin-Boogaerts

40. Jan van den Brekel

41. Marianne van Bergen

42. Ger Klaus

43. Marieke Alleman

44. Ans Lokhoff

45. Lonneke Maráczi

46. Petra Schijvenaars

47. Jannie Visscher

48. Michiel van Nispen

Verkiezingsprogramma 2019-2023 Tijd voor Rechtvaardigheid

Verkiezingsprogramma (PDF)

Voor de tweede keer trad de Socialistische Partij in het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. De voorgaande periode hebben we goede dingen kunnen doen, maar het werk van socialisten is nooit klaar. In 2015 gingen we weer meebesturen. Mede hierdoor hebben we het verschil kunnen maken. Wij namen als tweede grootste partij deel in het college met de VVD, D66 en PvdA en we leverden twee gedeputeerden: Johan van den Hout (Natuur en Milieu en Vergunningverlening, Toezicht en Handhaving) en Henri Swinkels (Cultuur en Sport).

Vier jaar later kunnen we wel zeggen dat we op voor ons belangrijke onderwerpen het verschil hebben kunnen maken. Zo heeft gedeputeerde Johan van den Hout paal en perk gesteld aan de uitstoot van intensieve veehouderij en zijn er maatregelen genomen om Brabant te  beschermen tijdens periodes van droogte, of juist periodes met veel regen. Daarnaast heeft gedeputeerde Henri Swinkels veel werk gemaakt van het programma ‘Sociale Veerkracht’. En om de leefbaarheid in de Brabantse dorpen, steden en wijken te vergroten, heeft hij gehandicaptensport ondersteunt en het Brabants Erfgoed vol op de kaart gezet.

Ook de fractie heeft niet stil gezeten. Zo hebben we gestreden voor gerechtigheid voor de slachtoffers van de Q-koorts en hebben wij ervoor gezorgd dat kennis en kunde over voor de mens gevaarlijke dierziekten niet verloren zijn gegaan. We zorgden ervoor dat de provincie aandacht besteedde aan stageplaatsen voor MBO’ers en dat provincie de werkgelegenheid voor lager geschoolden in bijvoorbeeld het toerisme niet uit het oog verloor. Ook buitenparlementair zijn wij actief: samen met de inwoners van Waalwijk strijden wij tegen de uitbreiding van de gaswinning en steunden wij de stakende buschauffeurs volop.

Maar zoals eerder gezegd: het werk van socialisten is nooit klaar. We hebben heel wat kunnen doen, maar klaar zijn we nog lang niet. De komende jaren liggen er nog forse uitdagingen in de landbouw: het aantal dieren is nog steeds veel te hoog. De omschakeling naar duurzame energie is zo mogelijk een nog grotere uitdaging. De ‘markt’ lijkt de transitie naar zich toe te trekken, waarbij de lusten vooral in de diepe zakken van de energiecowboys dreigen te verdwijnen en Brabant en haar inwoners opgezadeld worden met de lasten. Dat is niet rechtvaardig en slecht voor het draagvlak. 

Tegelijkertijd speelt de discussie rondom de kerntaken van de provincie steeds vaker op. Steeds vaker horen we dat de provincie zich alleen daarmee bezig zou moeten houden. Dat is jammer, wantvolgens de SP bevindt de provincie zich in de ideale positie om een antwoord te geven op gemeentegrensoverstijgende sociale en maatschappelijke vraagstukken. Voorbeelden zijn de lange wachtlijsten in de jeugdzorg, de leefbaarheid van dorpen en wijken en de volksgezondheid. De SP gaat graag deze uitdagingen aan. Binnen het college als wij weer het verschil kunnen maken. Buiten het college als het moet. Eén ding is zeker: de SP zal blijven strijden voor een rechtvaardig en sociaal Brabant, voor iedereen.

Ons Bestuur

Het bestuur van Brabant moet als kernwaarden hebben: integriteit, openheid en bereikbaarheid. Het bestuur van de provincie Brabant dient vooral dienstbaar te zijn aan de Brabantse bevolking. Dat betekent natuurlijk niet dat elke Brabander altijd zijn of haar zin kan krijgen, maar wel dat elke Brabander een eerlijke kans krijgt om mee te praten, mee te denken en zoveel mogelijk mee te beslissen.

Provinciale besturen, niet alleen dat van Brabant, zijn voor veel mensen onzichtbaar. De meeste mensen hebben geen enkel idee van wat die provincie nou eigenlijk doet. Je kunt je hierbij neerleggen, of je kunt proberen hierin verandering te brengen. De SP is van mening dat we als provincie veel meer onder de mensen zouden moeten zijn. Dat kan zeker bij onderwerpen als de Omgevingswet en gemeentelijke herindelingen, maar denk vooral ook aan de energietransitie: een onderwerp bij uitstek om ‘de boer’ mee op te gaan. Daarvoor moeten we een provinciebestuur hebben dat bereid is uit het provinciehuis te komen en dat het aandurft om mensen mee te laten beslissen.

Helaas heeft Brabant naast heel veel positieve kanten ook een wat minder mooie kant, namelijk de (drugs)criminaliteit. Bestrijding hiervan is natuurlijk een taak van de Rijksoverheid. De provincie moet veel meer druk uitoefenen op het Rijk voor meer agenten en meer rechercheurs om criminaliteit aan te pakken. Het gevoel van veiligheid is ontzettend belangrijk voor mensen, het hoort echt bij de eerste levensbehoeften. Ondanks dat het een Rijkstaak is, vindt de SP dat de provincie bereid moet zijn om financieel bij te springen om een dam op te werpen tegen de criminaliteit. Wij zijn ervan overtuigd dat het merendeel van de Brabanders het zou toejuichen als we een deel van het geld, dat de provincie aan de verkoop van Essent heeft overgehouden, hieraan zouden besteden. Nu lopen we te vaak achter de feiten aan. In nieuw beleid moet er veel meer preventief opgetreden worden.

Ook buiten Brabant vinden veel ontwikkelingen plaats die hun weerslag hebben op het leven van Brabanders: denk aan OV-verbindingen, milieu, natuur, water, energie, ecologie. Daarom moeten we onze (politieke) invloed ook buiten Brabant doen gelden.

Brabant is een rijke provincie. Het geld dat via de verkoop van Essent is binnengestroomd heeft daar vooral aan bijgedragen. Maar dit geld is en blijft wel gemeenschapsgeld, geld van de Brabander. De provincie moet zich dan ook maximaal inspannen om aan de mensen duidelijk te maken wat er met dit geld gebeurt, hoe het wordt uitgegeven en waaraan het wordt uitgegeven. Dit moet vooral gebeuren op een duidelijk en voor iedereen te begrijpen wijze.

ONZE VOORSTELLEN:

BESTUUR

  • Daar waar mogelijk wordt de Brabantse bevolking zoveel mogelijk betrokken bij besluitvorming. De provincie maakt daarom meer werk van directe inspraak via referenda, hoorzittingen en zogenaamde e-participatie (via internet). De mogelijkheid tot het houden van een provinciaal referendum staat hoog op de agenda.
  • Er kan alleen sprake zijn van gemeentelijke herindelingen wanneer een meerderheid van de bevolking van de afzonderlijke betrokken gemeenten hier, via een referendum, mee instemt. Als de betrokken gemeenten niet willen overgaan tot het houden van een referendum zal de SP haar standpunt baseren op uitspraken van de gemeenteraad van die gemeente en onderzoeken naar draagvlak door derden, maar vooral ook op eigen onderzoek onder de bevolking. De provincie mag nooit druk uitoefenen op gemeenten om hen een bepaalde richting op te sturen.
  • Er is ruimte voor experimenten met nieuwe democratische bestuursvormen op lokaal en regionaal vlak. Door de toenemende taken van gemeenten worden steeds meer zaken via gemeenschappelijke regelingen regionaal opgepakt. Denk bijvoorbeeld aan de jeugdzorg. De democratische controle op deze regelingen laat te wensen over en leidt daardoor tot een democratisch gat. Zeker gemeenteraden van kleinere gemeenten, maar ook die van grotere steden, verliezen het zicht op deze taken en kunnen praktisch geen invloed meer uitoefenen. Er moeten daarom experimenten komen met bovengemeentelijke regio’s die gemeentegrensoverschrijdende taken krijgen, maar wel direct door de bevolking worden gekozen. Hierbij mag niet getornd worden aan de gemeentelijke autonomie. Dit zou zelfs op termijn kunnen betekenen dat afschaffing van de provincie moet worden overwogen.
  • Commissievergaderingen, Statenvergaderingen en bijeenkomsten van het presidium zijn openbaar. Openbaarheid is het uitgangspunt voor het bestuur van Brabant. Die openbaarheid geldt ten opzichte van de inwoners van Brabant, maar ook ten opzichte van de media. Te vaak moeten er WOB-procedures worden gevoerd om stukken openbaar te krijgen en te vaak worden deze procedures tot het einde gevoerd en worden termijnen overschreden.
  • Gedeputeerden en Provinciale Staten gaan sober om met gemeenschapsgeld als het gaat om eigen voorzieningen.
  • Naast het openbaar maken van functies en nevenfuncties maken de leden van Provinciale Staten ook bekend of zij aandelen hebben in bedrijven met belangen in Brabant.
  • Commissarissen van de Koning dienen te worden gekozen door de leden van Provinciale Staten.
  • De commissaris van de Koning en de leden van Gedeputeerde Staten mogen uitsluitend maatschappelijke nevenfuncties vervullen, waar zij ten hoogste een reële onkostenvergoeding voor krijgen. De nevenfunctie mag niet leiden tot belangenverstrengeling, zelfs niet tot de schijn daartoe.
  • De provincie voert een niet-discriminatiebeleid en stelt dito eisen aan gesubsidieerde instellingen.
  • Noord-Brabant wordt niet samengevoegd met een andere provincie.
  • Mogelijkheden van ondertiteling bij video’s op de provinciale website worden onderzocht.
  • De provincie heeft een beperkt aantal kerntaken, maar voor de SP zal dit geen argument zijn om zich ten aanzien van serieuze (maatschappelijke) problemen afzijdig te houden. Ondanks dat zorg, woningbouw, criminaliteit, veiligheid, armoede en volksgezondheid niet onder de kerntaken vallen, zal de provincie zich niet afzijdig houden als er op deze terreinen grote problemen zijn.

FINANCIËN

  • Voor organisaties en instellingen die subsidie krijgen van de provincie is de norm van de topinkomens het maximaal inkomen van een gedeputeerde. Dit wordt in de subsidieverordening geregeld.
  • De opcenten motorrijtuigenbelasting worden niet verhoogd, behoudens de inflatiecorrectie.
  • Afgelopen jaren is er een stop geweest op de indexatie van alle provinciale uitgaven. Deze stop heffen we deze komende bestuursperiode op.
  • De provincie maakt passend gebruik van Europese gelden en fondsen, er wordt geen project bedacht alleen omdat we daarmee geld kunnen binnenhalen. De SP is tegen het nodeloos rondpompen van middelen in Europa.
  • Facilitair personeel komt weer in loondienst bij de provincie.
  • De provincie is terughoudend in het aangaan van publiek-private samenwerking waar de lasten vaak voor de gemeenschap zijn en de lusten voor het bedrijfsleven.
  • De provincie gaat niet op zoek naar een hoog rendement op haar kapitaal door risicovol te gaan beleggen.
  • Noord-Brabant blijkt van alle provincies het meeste geld uit te geven aan catering. De provincie dient uiteraard haar gasten gastvrij te ontvangen; maaltijden en dergelijke dienen van goede kwaliteit en duurzaam te zijn. Desondanks moeten in de nieuwe bestuursperiode de kosten van de catering beperkt worden.

Onze Omgeving

De provincie Brabant is een prachtig mozaïek van landschappen. Bossen, heiden en beken liggen tussen landbouwbedrijven. Samen vormen ze een groene oase rond onze dorpen en steden. Afgelopen jaren is mede dankzij de inzet van SP-gedeputeerde Johan van den Hout hard gewerkt aan het herstel van de Ecologische Hoofdstructuur. Brabant is door die inzet de enige provincie die het aaneengesloten netwerk van natuurgebieden op tijd weet te realiseren. Onze gedeputeerde werd niet voor niets in 2014 uitgeroepen tot groenste politicus. Natuur is goed voor dier en plant en tegelijkertijd ook een belangrijke bron van ons voedsel, bouwmateriaal en inkomsten. Daar maakt de SP ook het verschil. Natuur staat niet ver van ons af. Samen met de mensen in het gebied zorgen we voor een mooie dynamiek. Duinboeren langs de Loonse en Drunense Duinen zijn zo’n voorbeeld. Met respect voor de natuur verdienen ze een eerlijke boterham. Kleinschalige landbouw voor regionale markt is daarbij een mooi uitgangspunt.

De natuurontwikkeling is ook belangrijk in het licht van de klimaatverandering. In nauwe samenwer-king met waterschappen en gemeenten bereiden we Brabant voor op veranderingen in het klimaat. Zo geven we rivieren en beken meer ruimte zodat we water beter en langer vast kunnen houden.

De Deltawerken aan de Maas zijn een goed voorbeeld hiervan. Brabant is op de veranderingen voorbereid. Ook dit doen we liefst samen met alle Brabanders. Bijvoorbeeld de Vrienden van het Markdal of De Levende Beerze. Via overlegorganen bepalen Brabanders met verschillende belangen (boeren, natuurbeheerders, natuurliefhebbers) zelf de ontwikkelingen en realiseren die samen met het betrokken waterschap, omliggende gemeenten en de provincie.

Om onze omgeving leefbaar te houden moeten we alert blijven op vervuiling en overlast. Afgelopen jaren is waar nodig hard opgetreden tegen vervuilers. Met name rond stankoverlast gaan we rich-ting een echte doorbraak. Niet de juridische normen zijn wat de SP betreft bepalend maar de echt beleefde overlast door omwonenden. De menselijke maat moet centraal staan en niet de papieren werkelijkheid van milieumanagers, boekhouders en inspecteurs.

Vanaf 2021 is de Omgevingswet van kracht. In voorbereiding daarop stelt de provincie een omgevingsvisie op die gemeenten als voorbeeld kunnen gebruiken voor hun eigen omgevingsvisies. In die provinciale visie is wat de SP betreft de bescherming van natuur, milieu, gezondheid en leefomgeving het uitgangspunt. Daarmee voorkomen we dat uit korte-termijnwinstbejag onomkeerbare schade wordt toegebracht aan wat van waarde is voor nu en in de toekomst.

Tegelijkertijd is het belangrijk om ondernemers in de omgeving de kans te geven hun boterham te verdienen. Slimme combinaties zoals deals voor zonneweiden zijn daarbij een oplossing. Als een boer ervoor kiest om zijn land over 10 of 15 jaar aan de natuur terug te geven, mag hij zijn land tot die tijd maximaal benutten voor duurzame energieopwekking met zonnepanelen. Ook het vervangen van de asbestdaken moet veel meer gecombineerd worden met aanleg van zonnepanelen.

Er is groeiende aandacht voor de ondergrond. Met steeds meer technieken gaan we de grond in, zoals geothermie, drinkwaterwinning, gaswinning en installaties voor warmte- en koudeopslag (WKO). De druk op het ondergrondse milieu wordt groter. Veel technieken gaan gepaard met vervuiling en verstoring van ons grond- en drinkwater. Daar zal de provincie strenger op moeten toezien en handhaven.

Het steeds extremere weer vraagt om maatregelen om de extreme pieken en dalen op te vangen. Hier ligt voor de provincie een belangrijke taak om de regie te nemen. Via de omgevingsvisie kan de provincie daar maximaal op sturen. In het Deltaplan Hoge Zandgronden is hier in de afgelopen periode al een goed uitgangspunt voor ontwikkeld. De droge zomer van 2018 maakte ons er alert op of die plannen wel toereikend zijn. Een nieuwe discussie die in dit kader in ieder geval gevoerd moet gaan worden betreft de grootschalige onttrekking van grondwater voor industrieel en agra-risch gebruik. De grenzen lijken bereikt voor goede grondwaterhuishouding. Op dit vlak is een juiste afstemming tussen waterschap, provincie en gemeenten van groot belang.

Aanpassen aan het klimaat (klimaatadaptatie) gebeurt niet alleen in het buitengebied. Juist in de stad ervaren mensen veel overlast van hitte en droogte. Vergroening en het weghalen van verhar-ding zijn goede oplossingen. Ook het langer vasthouden van water in de stad is belangrijk. De Dommel en Gender in Eindhoven krijgen een nieuw aanzicht en dragen bij aan leefbaarheid. Net als de Mark en Aa of Weerijs in Breda.

SP-gedeputeerde van den Hout heeft de afgelopen jaren hiervoor een flink aantal maatregelen genomen: divers samengesteld bos, vitale bodem, stop op onttrekking van grondwater, groene speeltuinen, aanleggen bergingen, rivierverruiming. Dit moeten we de komende periode voortzetten, anders is het pompen of verzuipen.

Om grip op de grond te houden mag er niet naar schaliegas geboord worden en willen wij geen nieuwe gaswinningsputten. Liever investeren we in fossielvrije energie zoals zon, wind en water. Bij het toepassen van WKO, waarin ook (veel) chemicaliën rondgaan, moeten we goede afspraken maken over het opruimen van verontreiniging en het opruimen van oude installaties.

Brabant komt nog steeds te vaak in het nieuws als het gaat over incidenten bij gevaarlijke bedrijven. Ook afvalverwerkers gaan nog regelmatig in de fout. De provincie moet pleiten voor wetgeving die haar in staat stelt strenger op te treden tegen bedrijven die een loopje nemen met veiligheid of over-last. Nu staan bedrijfsbelangen nog vaak centraal in vergunningen. De omgeving, de mensen die in de buurt van die bedrijven wonen, hebben te vaak het nakijken. Vergunningen met betrekking tot veiligheid en overlast moeten juist de omgeving als uitgangspunt nemen, want die zijn er juist voor om mensen te beschermen. En juist omwonenden hebben veel ervaringskennis.

Regelmatig worden er in Brabant grote hoeveelheden afval van drugslaboratoria gevonden. Het (goed) opruimen hiervan is een kostbare zaak. Het is onaanvaardbaar als toevallige grondeigenaren voor deze kosten zouden moeten opdraaien. De SP blijft daarom pleiten voor een solidariteitsfonds en blijft zich ervoor inzetten dat dit gevuld wordt met criminele drugsgelden waarop beslag wordt gelegd.

De komende jaren wordt asbest steeds actueler. In 2024 moet het van alle daken verwijderd zijn. De provincie moet alles doen wat in haar macht ligt om voor 2024 alle asbest van de daken te verwijderen. Er moeten regelingen komen voor mensen die dat zelf niet kunnen betalen. Dit om illegale dumpingen te voorkomen. Als dat moet worden opgeruimd zijn er veel meer risico’s voor de volksgezondheid en ben je veel duurder uit. Juist de SP heeft een lange traditie op het gebied van asbestbestrijding. Nu het einde van de asbest in zicht komt, mogen we niet verslappen. Omvorming tot zonnedaken, collectieve inkoop van asbestverwijdering en gratis aflevering zijn ingrediënten voor nieuw beleid.

ONZE VOORSTELLEN:

NATUUR

  • Toevoegen van nieuwe natuur zodat afronding van de Ecologische Hoofdstructuur in 2027 gehaald wordt.
  • Meer betrokkenheid van belanghebbenden bij natuurontwikkeling en beheer.
  • Elke binnenstad een graad koeler in de zomer; dit bereiken we onder andere door het vergroenen van stedelijk gebied.
  • Biodiversiteit en natuur in Brabant staat onder druk; de provincie pakt de regie om verdere schade te voorkomen en herstel te realiseren.

KLIMAAT EN MILIEU

  • De provincie pakt de regie in een regionale, gebiedsgerichte aanpak van klimaatmaatregelen.
  • De provinciale omgevingsvisie geeft expliciet aandacht aan klimaatadaptatie en waarborgt dat hier voldoende ruimte voor is.
  • De provincie reserveert voldoende financiële middelen voor het realiseren van de klimaatambities.
  • De provincie biedt zowel financieel als juridisch ruimte voor experimenten met klimaatmaatregelen.
  • De provincie investeert als koploper in nieuwe kansrijke klimaatmaatregelen.
  • Er komt een actieplan voor het opruimen van oude installaties voor warmte- en koudeopslag.
  • We bevorderen het verwijderen van asbest, met name in combinatie met het plaatsen van zonnepanelen.
  • De provincie zet zich in voor het terugdringen van niet-recyclebaar plastic (verpakkingsmateriaal).
  • De vervuiling houdt niet op bij de grenzen van onze provincie. We zetten in op interprovinciaal beleid om de grensgebieden goed in het vizier te hebben. De Maas mag niet vervuild worden met plastic, accu’s en andere rotzooi doordat er vervuild slib uit België wordt gestort in plassen die gedicht moeten worden.

GRIP OP DE GROND

  • Geen nieuwe gaswinning in Brabant en we bouwen de bestaande gaswinning zo snel mogelijk af.
  • Geen (proef)boring naar schaliegas.
  • Een moratorium op grootschalige nieuwe grondwateronttrekking.

VERGUNNINGVERLENING, TOEZICHT EN HANDHAVING

  • Omgevingsdiensten moeten voldoende middelen krijgen om hun toezichts- en handhavingstaak goed uit te kunnen voeren. Wie denkt dat dat duur is, moet eens de rekening van een ramp bekijken.
  • De provincie maakt een deltaplan voor de aanpak van de slechte lucht-, water- en bodemkwaliteit.
  • Het samenwerkingsverband Samen Sterk in Brabant (SSiB) moet uitgebreid worden.
  • De Taskforce die achter drugscriminaliteit aan gaat moet een vaste plek krijgen in Brabant.
  • De SP pleit voor meer mogelijkheden voor de provincie om bestuurlijke boetes op te leggen.
  • De SP blijft pleiten voor een solidariteitsfonds voor het opruimen van gedumpt drugsafval en blijft zich ervoor inzetten dat dit gevuld wordt met criminele drugsgelden waarop beslag is gelegd.

Leefbaarheid

Het leven is goed in het Brabantse land. Velen genieten van onze welvaart en de goede kwali-teit van leven in onze mooie provincie. Maar helaas is dat goede leven nog niet voor iedereen weggelegd. Ook in Brabant zijn er grote verschillen in inkomen, opleidingsniveau, de plekken waar mensen wonen, de waarden die ze belangrijk vinden en de mate van zelfredzaamheid.

Het blijkt heel wat uit te maken waar je wieg heeft gestaan. Laagopgeleide Brabanders zijn, anders dan hoger opgeleide Brabanders, minder zeker van (vast) werk, zijn meer en eerder ziek, verwachten minder van de toekomst en zijn minder optimistisch. Ook hebben ze minder vertrouwen in de politiek en de overheid.

En er is meer ongelijkheid: we zien dat wijken en dorpen steeds minder divers worden, sociale huur verdwijnt bijvoorbeeld voor duurdere huur- of koopwoningen. En door de trek naar de stad van met name hoogopgeleide jongeren groeit ook de tegenstelling tussen de grote Brabantse steden en de rest van de provincie.1

Maar ondertussen zitten de meeste Brabanders tussen deze uitersten. Ze wonen in middelgrote gemeenten en hebben banen die onder druk staan door digitalisering en robotisering. Ze profiteren het minst van publieke voorzieningen. Vooruitgang is voor hen niet langer vanzelfsprekend. Het verlies van zekerheid frustreert en boezemt angst in.

MKB’ers, familiebedrijven en sociaal ondernemers geworteld in de lokale gemeenschap hebben het zwaar. Toch zijn zij de mensen die een buurt of dorp levendig houden. Zij sponsoren de lokale sportvereniging en evenementen, die zij ook vaak organiseren. Het zijn hun bedrijven die mensen bijeenbrengen en die daarmee van onmisbare waarde zijn voor de buurt.

Gelukkig zien we op steeds meer plekken spontaan nieuwe kleine en grote initiatieven ontstaan die een specifiek thema of probleem betreffen waar omheen belanghebbenden zich verenigen en samen op zoek gaan naar een gepaste oplossing. Deze nieuwe initiatieven ontstaan buiten de bestaande traditionele verenigingen en brengen daarmee gemakkelijker oorspronkelijke en nieuwe inwoners, maar ook maatschappelijke organisaties en sociaal ondernemers, samen. Ze realiseren buurthuizen, ontmoetingscentra, buurttuinen en behouden bibliotheken, pinautomaten en winkelvoorzieningen. Energiecoöperaties, zorgcoöperaties, woongemeenschappen, werkplaatsen, landcoöperaties en voedselbossen maken dit mogelijk.

De afgelopen periode heeft de provincie met het programma Versterken Sociale Veerkracht onder leiding van SP-gedeputeerde Henri Swinkels vele van deze Brabantse lokale initiatieven in kaart gebracht en verder geholpen. SP Brabant ziet deze initiatieven van, door en met lokale gemeenschappen als een belangrijke beweging van onderop. Ze hebben de belofte in zich om

op een menselijke schaal met elkaar te werken aan het geluk en het welzijn van iedereen. Maar veel initiatieven zijn ook nog kwetsbaar, zeker in een wereld waarin je succes gemeten wordt in productie- en winstcijfers in plaats van in de bijdrage aan ‘provinciaal’ geluk. De steun van een overheid zoals de provincie is dan ook onontbeerlijk om deze beweging verder te versterken.

1   Zie: ‘Mind the gap!’, BrabantKennis 2018.0

ONZE VOORSTELLEN:
  • De provincie bevordert actief de bouw van alternatieve en/of niet-traditionele woonvormen, zoals bijvoorbeeld een ‘Knarrenhof’ of kleinere woningen, al dan niet door middel van zelfbouw/ collectief particulier opdrachtgeverschap (CPO).
  • Brabantse lokale initiatieven zullen we extra ondersteunen, onder andere via Stérk.Brabant, het gemeenschappelijke netwerk van Brabantse initiatieven.
  • De onderlinge uitwisseling tussen beloftevolle maatschappelijke initiatieven wordt bevorderd en er komt ondersteuning in zowel capaciteit als de financiering, bijvoorbeeld via een fonds.
  • We hebben speciaal oog voor initiatieven die zich richten op mensen in moeilijke omstandigheden die zich niet zelfstandig kunnen redden.
  • Met name initiatieven gericht op dementie-vriendelijke gemeenten, het bestrijden van laaggeletterdheid, het voorkomen van eenzaamheid en armoede en het erbij betrekken van mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt zullen door de provincie worden ondersteund.
  • Voor- en vroegschoolse educatie (VVE) dient voor ieder kind toegankelijk te zijn. De provincie stelt een Brabantse richtlijn op voor gemeenten, met als doel gemeentelijke verschillen weg te nemen.
  • We weten allemaal dat lang niet alles goed gegaan is met de overgang van de jeugdzorg van de provincie naar gemeenten. Wachtlijsten voor de intensieve jeugdzorg zijn onacceptabel lang. De provincie moet, ondanks dat het geen provinciale taak meer is, ingrijpen.
  • De provincie stelt een coördinator woningbouw aan om de renovatie en de bouw van nieuwe én betaalbare koop- en (sociale) huurwoningen te stimuleren, met name voor groepen die nu veel buiten beschouwing blijven, zoals ouderen, starters en arbeidsmigranten.
  • Brabant moet vooroplopen met het fysiek en sociaal toegankelijk maken van de provincie voor mensen met een beperking, in lijn met het VN-verdrag voor mensen met een beperking. Hier worden de gemeenten actief bij betrokken.
  • De provincie start een onderzoek naar oorzaken waarom in Noord-Brabant het hoogste aantal zelfmoorden onder jongeren in Nederland is. Naar aanleiding van het onderzoek wordt bekeken wat de provincie kan doen om het aantal zelfmoorden terug te dringen.

Cultuur, Sport en Verenigingen

Cultuur is belangrijk. Het prikkelt onze fantasie en creativiteit en vormt mede de bron van wie we zijn. Het vertelt waar we vandaan komen en geeft betekenis aan het heden. Onze geschiedenis is óók van belang als je naar de toekomst kijkt. Cultuur staat aan de basis van ons succes als creatieve en innovatieve regio en is de motor van onze economische voorspoed. Cultuur weerspiegelt onze manier van doen, wat ons tot Brabanders maakt.

We zijn bovendien een provincie van makers. In alle soorten en maten. We maken muziek, dansen, circusacts, tentoonstellingen, films en theatervoorstellingen. Maar ook beelden, schilderijen, poëzie, kleden, kleren, meubels, machines en nog veel meer. We schrijven, tekenen, ontwerpen en experimenteren. En dat doen we overal en van jong tot oud, van amateur tot professional, van lokaal tot internationaal. Groepen bouwen wagens voor bloemencorso’s, carnavalsoptochten en de Brabantse dag. En kunstenaars van over de hele wereld komen naar Brabant voor (inter)nationaal vermaarde werkplaatsen als het Europees Keramisch Werkcentrum (EKWC), het Textielmuseum en de nieuwe Willem Twee Studio’s.

Voor de SP is kunst en cultuur geen hobby, maar een essentie. Dat blijkt ook uit het grote aantal Brabanders dat cultuur bezoekt en beoefent. De afgelopen periode is (mede door de inzet van SP-gedeputeerde Henri Swinkels) de culturele sector weer gegroeid en de waardering van Brabanders voor cultuur en erfgoed fors gestegen. We zijn dus op de goede weg, maar het blijft van belang de cultuursector, individuele kunstenaars, gezelschappen en instellingen te ondersteunen en daarbij te bevorderen dat daadwerkelijk alle Brabanders kunst en cultuur kunnen bezoeken en beoefenen.

Sport en bewegen zijn gezond. Vele sporten, met name die in verenigingsverband, hebben bovendien de kracht om mensen te verbinden. Mensen van verschillende leeftijden, achtergronden, opleidingsniveaus, geaardheden, culturen en talenten. Sport heeft daarmee, naast het belang voor de gezondheid, ook een belangrijke sociale functie. Daarbij zijn voor de SP de breedte- en gehandicaptensport (Uniek Sporten) het meest relevant. Maar we weten dat deze zich laten inspireren door topsporters en (top)sportevenementen.

De afgelopen periode is mede op aandringen van de SP flink ingezet op ondersteuning van Uniek Sporten. Ruim 40.000 mensen met een beperking zijn extra uitgedaagd om meer te gaan bewegen en sporten. Daarnaast ondersteunt de provincie talentontwikkeling via het Centrum voor Topsport en Onderwijs (CTO), sportevenementen en sportinnovaties (Sports & Technology).

ONZE VOORSTELLEN:

CULTUUR

  • We stimuleren creatieve ontwikkeling en bevorderen dat ieder kind in Brabant kennis maakt met cultuur, zowel binnen de school als daarbuiten. Daarom investeren we met een brede coalitie van gemeenten, scholen, Pabo’s, kunstvakopleidingen, bedrijfsleven en maatschappelijke organisaties in de lokale verankering van binnen- en buitenschoolse cultuureducatie.
  • De provincie biedt gratis museumbezoek aan lagere scholen (Museumschatjes) en breidt dit uit naar kinderdagverblijven en middelbare scholen.
  • De provincie ondersteunt het muziekonderwijs in basisscholen.
  • We ondersteunen en stimuleren buurtcultuurinitiatieven (cultuur voor en door lokale gemeenschappen) die van regionale betekenis zijn.
  • Middelgrote cultuurhistorische musea kunnen ook ondersteuning krijgen van de provincie, zoals bijvoorbeeld het Museum voor Religieuze Kunst in Uden, het Museum Jan Cunen in Oss of het Breda’s Museum.
  • We investeren in behoud, onderhoud, restauratie en ontwikkeling van ons erfgoed. We borgen onze kennis en expertise en benutten de ‘Verhalen van Brabant’ om alle Brabanders te verbinden en te inspireren met ons erfgoed. Dit geldt in het bijzonder voor de Zuiderwaterlinie en – mede gezien de herdenking van 75 jaar bevrijding in 2019/2020 – voor de oorlogsmusea en herinneringsplekken in het kader van de Tweede Wereldoorlog.
  • We ondersteunen en investeren in afstemming met de grote steden (BrabantStad) en het Rijk, in de voor onze regio relevante culturele instellingen. Daarbij bewaken we de culturele diversiteit, toegankelijkheid en publiekswerking.
  • De provincie investeert in talentontwikkeling, werk- en broedplaatsen en vernieuwende kunstdisciplines (waaronder urban culture).
  • We ondersteunen individuele kunstenaars bij het realiseren van hun eerste presentatie(s) middels een zogenaamd ‘snelloket’.

SPORT

  • Met name bij grote sportevenementen zal de provincie inzetten op een grotere betrokkenheid van en investering door het Brabantse bedrijfsleven.
  • In beleidskeuzes gaat de voorkeur uit naar breedte- en gehandicaptensport.
  • De provincie ondersteunt talentontwikkeling en sportinnovaties.
  • De provincie stimuleert gemeenten om schoolzwemmen weer in te voeren.

Economie en Werk

Noord-Brabant is belangrijk voor de economie van Nederland; zie bijvoorbeeld het industrie-gebied Moerdijk, de Brainportregio Eindhoven met de Hightech campus en Automotive Campus. De werkloosheid nam in de afgelopen periode af en staat nu op bijna vier procent, waarmee Brabant na Zeeland de provincie is met het laagste werkloosheidspercentage. De SP heeft in de afgelopen bestuursperiode hieraan haar bijdrage geleverd. Er zijn extra middelen ingezet om werkloosheid aan te pakken, het MKB heeft een prominente plaats gekregen in economische stimuleringsmaatregelen, en er is hard gewerkt om de vrijetijdseconomie beter van de grond te krijgen zodat met name lager geschoolde mensen aan het werk kunnen. Bij de overgang naar een duurzame landbouw is verbrede economische bedrijvigheid gestimuleerd. Het Life Science Park in Oss is opgezet om het verlies van de massaontslagen van Organon enigszins op te vangen en om voor een langere periode weer een economisch stimulans te creëren voor de regio Oss.

Voor technologische ontwikkelingen is goede scholing op alle niveaus erg belangrijk, net als ruimte voor vernieuwing. Maar er is ook aandacht nodig voor de grote groep Brabanders die van het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) komt en voor laagopgeleide arbeidskrachten. Een groot deel van de mbo’ers die nu worden opgeleid, heeft geen of weinig uitzicht op passend werk. Veel mbo-banen zijn immers verdwenen door automatisering (administratie en financiële dienstverlening, maar ook steeds vaker in de logistiek en techniek), bezuinigingen (zorg en welzijn) en verdringing door de Europese dienstenrichtlijn (bijvoorbeeld bouw, logistiek, agro-industrie). Deze ontwikkelingen dwingen tot een daadkrachtige, gezamenlijke aanpak door overheid, bedrijfsleven en onderwijs, en wel zo snel mogelijk.

De detailhandel is niet alleen belangrijk voor de economie maar ook verweven met de samenleving. Winkelstraten en winkelcentra vormen het kloppend hart van onze buurten, stads- en dorpscentra. De economische crisis heeft ook en vooral kleine ondernemers geraakt. Overal staan winkelpanden leeg. Deze leegstand is de afgelopen jaren flink toegenomen. Naast de wereldwijde crisis is er de tendens om buiten het centrum grote winkelcentra te bouwen omdat de grond en de huur hier goedkoper zijn. In het verleden hebben gemeenten en provincie hier te meegaand op geacteerd. Dit heeft gevolgen voor de kleine ondernemer in het centrum of in de wijken die hiermee niet kan concurreren door de hoge huurlasten, met name in het centrum. De toename van internetwinkels heeft ook z’n weerslag op de detailhandel.

Grote bedrijven en multinationals vormen een belangrijk onderdeel van de Brabantse economie. Sommige van deze bedrijven hebben gunstige afspraken met de belastingdienst gemaakt, de vestigingsgrond goedkoop aangekocht of van overheidswege subsidies gekregen voor innovatie-projecten. De gang van zaken bij onder meer Organon en Philip Morris heeft laten zien welke impact het op de Brabantse samenleving en economie kan hebben als zo’n groot bedrijf wegvalt. Veel Brabanders verliezen hun baan en hun toekomstperspectief. Maatschappelijk verantwoord onder-nemerschap betekent dat ook grote en multinationale concerns zich betrokken tonen en solidair zijn met de samenlevingen waar zij zijn gevestigd. Het kan niet zo zijn dat overheid en samenleving met door de gemeenschap opgebrachte middelen flink bijdragen aan de winstontwikkeling van private bedrijven en vervolgens ook nog de rekening moeten betalen als deze bedrijven sluiten of vertrekken omdat de winsten in hun ogen niet hoog genoeg meer zijn.

ONZE VOORSTELLEN:
  • De provincie bevordert de werkgelegenheid door haar arbeidsmarktbeleid.
  • Bij het stimuleren van werkgelegenheid moet aandacht zijn voor specifieke doelgroepen die het moeilijk hebben op de arbeidsmarkt. Het MKB en de familiebedrijven zijn de grootste banenmotoren en hebben van oudsher een grote binding met de vestigingsplaats. Het is ook belangrijk extra aandacht te geven aan bedrijfstakken die veel werkgelegenheid opleveren voor deze doelgroepen.
  • De provincie besteedt zelf ook veel uit aan externe partijen. Het provinciale aanbestedingsbeleid moet gebaseerd zijn op duurzaamheid en correcte arbeidswetgeving. De provincie zal nooit direct of indirect mensen laten werken onder het minimumloon. Lokale en regionale (kleine) bedrijven dienen ook een eerlijke kans te krijgen.
  • De provincie bevordert regionale dialogen tussen mbo-opleidingen en in dezelfde regio actieve MKB-bedrijven en andere belangrijke werkgevers voor technisch opgeleiden, om zo te komen tot een betere afstemming van de geboden opleidingen op de werkelijke behoeften van het bedrijfsleven.
  • Het bedrijfsleven moet worden aangesproken op zijn verantwoordelijkheid om de kwalificaties van zijn personeel op peil te houden (bijvoorbeeld door afspraken te maken over bijscholing) in plaats van te gokken op de beschikbaarheid van goedkope buitenlandse arbeidskrachten.
  • De provincie moet met alle Brabantse werkgevers bindende afspraken maken over voldoende kwalitatief goede werkervarings- en stageplekken voor mbo’ers. Ook in de eigen organisatie dient zij in die plekken te voorzien. Daarbij verdienen kansarme groepen leerlingen speciale aandacht. De provincie Noord-Brabant en de door de provincie gesubsidieerde instellingen nemen in hun personeelsbeleid expliciet op dat zij actief, gericht en meetbaar werk maken van het inzetten van mensen met een grote afstand tot de arbeidsmarkt, waaronder specifiek begrepen mensen met beperkingen.
  • Er moet een betere match worden gemaakt tussen de arbeidsmarkt en de werkzoekende. Vooral de bij- en omscholing en bemiddeling van kansarme werklozen zal veel meer gericht moeten zijn op bestaande vacatures en kansrijke sectoren. Succesvolle sociale ondernemers zoals sommige van de vroegere sociale werkplaatsen zouden hier een adviserende rol in kunnen spelen.
  • Veel geld gaat via allerlei commerciële loopbaanbegeleidings- en coachingsbureaus naar allerlei projecten om werklozen aan het werk te krijgen: de arbeids- en stagebemiddeling. Dit geld moet voortaan zoveel mogelijk rechtstreeks naar structurele activiteiten op dit gebied van scholen en werkgevers; onnodige bureaucratie dient hierbij vermeden te worden.
  • De publieke sector staat in brand als gevolg van jarenlange bezuinigingen vanuit het Rijk. Ook de provincie heeft hier last van, denk aan handhaving in het buitengebied door de politie en de NVWA. De provincie neemt deze taken niet over, maar trekt samen met de betrokkenen op richting het Rijk wanneer dat nodig, zoals dat in het verleden ook is gebeurd met de afhandeling van drugsdumpingen.
  • We zullen zorginstellingen aanspreken op hun verantwoordelijkheid wanneer zij betaald personeel vervangen door vrijwilligers.
  • We zetten voor onderwijs, ontwikkeling en arbeidsmarkt 15 miljoen in. De Brabantse economie functioneert op allerlei niveaus, van grootschalige internationale concerns tot kleinschalige lokale bedrijven. Dat vraagt om een economisch beleid met aandacht voor alle niveaus, van de kenniseconomie tot beroepspraktijk en betere aansluiting tussen het onderwijs en de arbeidsmarkt, bijvoorbeeld op het gebied van landbouw.
  • In het provinciaal economisch beleid is en blijft toerisme (vrijetijdseconomie) een speerpunt.
  • Het MKB en de familiebedrijven zijn de ruggengraat van de economie, aanjagers van vernieuwing en ze zijn de grootste banenmotoren. De provincie moet vernieuwing en werkgelegenheid in het MKB zoveel mogelijk stimuleren.
  • Actieve betrokkenheid bij het bedrijfsleven mag er niet toe leiden dat de provincie financieel-economische risico’s op zich neemt die eigenlijk bij het particuliere bedrijfsleven en de banken thuishoren. Dit geldt ook voor agrarische bedrijven.
  • De provincie zal stimuleren dat in Brabant kredietcoöperaties voor het MKB worden opgericht
  • Grote bedrijven vinden zelf vaak hun weg wel naar samenwerkingsverbanden en subsidie- en investeringsstromen. Innovatieve MKB-ondernemers moeten beter en gemakkelijker toegang krijgen tot provinciale en EU-fondsen.
  • De provincie voert de regie op bovengemeentelijke afstemming, rekening houdend met krimp. Zij doet dit door in overleg te treden met gemeenten en regionale plannen op te stellen.
  • De provincie moet wildgroei van winkellocaties tegengaan en terughoudend zijn met het verlenen van medewerking en het geven van toestemming voor de bouw van nieuwe winkels en nieuwe winkellocaties. Uitgangspunt is: eerst de bestaande leegstand en de bestaande winkellocaties benutten.
  • De aanpak van de leegstand van winkelpanden is gemeentelijk beleid. De provincie zet zich in om samen met de gemeenten een plan van aanpak te maken om leegstand te bestrijden, zoals het creëren van mogelijkheden voor andere passende bestemmingen en functies voor deze panden.
  • Bij uitgifte van grond buiten de stad aan grote winkellocaties voor winkelcentra ziet de provincie erop toe dat er geen oneerlijke concurrentie in huur- en grondprijs ontstaat ten opzichte van de winkelier in het centrum van stad of dorp.
  • De provincie moet zich blijven inzetten voor de bereikbaarheid en de duurzame (her)inrichting van Brabantse bedrijventerreinen, daarbij rekening houdend met de draagkracht van de omgeving en de druk op natuur en luchtkwaliteit.
  • Provinciale inspanningen moeten gericht zijn op revitalisering, efficiënte inrichting en uitgifte van bestaande bedrijventerreinen.
  • Zeer zuinig moet worden omgegaan met grond voor nieuwe bedrijventerreinen. Nieuwe grond mag alleen in zeer uitzonderlijke situatie worden uitgegeven en alleen als er geen mogelijkheden bestaan in bestaande nabijgelegen bedrijventerreinen.
  • Bij het ontwikkelen van bedrijventerreinen moeten ook de voorziene regionale demografische ontwikkelingen in de toekomst en het effect ervan worden meegewogen. Denk aan belangrijke factoren als krimp, vergrijzing, ontgroening, beschikbare beroepsbevolking, enzovoort.
  • Samenwerking van het havenschap Moerdijk met andere havenbedrijven zoals het havenbedrijf Rotterdam mag niet ten koste gaan van de zelfstandigheid van het havenschap en van de samenwerking met havenbedrijven binnen Noord-Brabant.
  • De provinciale overheid zal in het Havenschap Moerdijk haar meerderheidspositie handhaven.
  • Goederenvervoer tussen Rotterdam of Moerdijk en Antwerpen moet zo min mogelijk over de weg plaatsvinden en zo veel mogelijk over het spoor, over water en ondergronds.
  • Ondanks dat de logistiek een belangrijke sector is in Brabant moeten we wel kritisch op deze sector blijven letten. Gesleep met allerlei goederen over de hele wereld is niet altijd goed voor het milieu of voor de lokale, regionale economieën.
  • De provincie moet in samenspraak met grote werkgevers in de provincie een fonds oprichten waaraan bedrijven met meer dan 200 werknemers een vrijwillige financiële bijdrage leveren. Uit dit fonds kunnen toeleveranciers en gedupeerde maatschappelijke organisaties sociaal-financiële steun krijgen om de negatieve effecten van reorganisatie of sluiting van zo’n bedrijf op te vangen.
  • De provincie moet stimuleren dat deze bedrijven hun verantwoordelijkheid nemen en een voorbeeldfunctie vervullen in maatschappelijk verantwoord ondernemerschap.
  • Provincie en gemeenten vernemen de sluiting of reorganisatieplannen van grote bedrijven vaak te laat. Gezien de omvang van hun activiteiten, werknemersaantal en impact op de regionale samenleving moeten zij het provinciebestuur en gemeentebestuur in een veel eerder stadium van hun voorgenomen plannen in kennis stellen. Goedkoop aangekochte vestigingsgrond moet bij sluiting van een bedrijf voor de toen overeengekomen prijs als eerste schoon worden aangeboden aan de gemeente/provincie.
  • In het hele provinciale economische beleid richten we ons op het creëren van goede werkgelegenheid met bestaanszekerheid en onder goede arbeidsvoorwaarden; we gaan zoveel mogelijk uit van vaste en niet van flexbanen.
  • Van bedrijven die zich in Brabant willen vestigen eisen wij dat zij zich richten op werkgelegenheid voor Brabanders en oog hebben voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt; pas in allerlaatste instantie, als de Brabantse arbeidsmarkt op geen enkele wijze in hun behoefte kan voorzien, kan er een beroep gedaan worden op arbeidsmigranten.
  • De provincie stopt iedere medewerking met werkgevers en uitzendbureaus (bijvoorbeeld in hun zoektocht naar huisvesting) die niet dezelfde arbeidsvoorwaarden hanteren voor arbeidsmigranten. Dan gaat het om loon, arbeidsomstandigheden en huisvesting.
  • In 2019 gaat de provincie de regionale samenwerkingsverbanden waarin zij deelneemt, zoals Agrofood Capital, evalueren en onderzoeken op wat ze concreet hebben opgeleverd. Op basis daarvan beslissen we of ermee doorgaan of niet.
  • De provincie maakt snel internet voor iedereen in Brabant bereikbaar en betaalbaar.

Naar een Boerenlandbouw

Decennialang lag in de landbouw de focus op steeds verder gaande intensivering. Dit is goed merkbaar in Brabant. Enorme stallen en vele monotone maisvelden domineren het landschap, maar ook mens en natuur voelen de gevolgen. De Q-koortsepidemie staat bij velen in hun geheugen gegrift en de biodiversiteit neemt rap af. Onze voedselvoorziening is ontzettend belangrijk, maar de huidige wijze van produceren, die grotendeels op de export is gericht, is niet langer houdbaar.

Op 7 juli 2017 heeft de provincie vergaande besluiten genomen om de transitie van de landbouw te versnellen. We lopen daarin in Nederland voorop. Na ‘Megastallen Nee’ was dit de volgende stap; de veeteelt moet nu echt werk maken van de verduurzaming. Maar dat is nog een lang proces. Veel bedrijven moeten in 2020 een nieuwe vergunning hebben, velen moeten al in 2022 voldoen aan de nieuwe regels. Daar moeten we boeren bij helpen, met advies, met ruimte en soms zelfs met geld, maar wel in de nieuwe richting van een duurzame, natuurinclusieve en gezonde kringlooplandbouw.

Uiteindelijk willen we de ketens van grondstoffen en producten zo kort mogelijk hebben; geen gesleep met voer, vlees en mest over de hele wereld. Boeren moeten een goede boterham kunnen verdienen met eerlijke productie zonder overlast voor burgers en natuur.

Daarnaast heeft de SP gezondheid rondom veehouderijen flink op de kaart gezet. Ook is mede door ingrijpen van de Brabantse SP geen kennis en expertise verloren gegaan over zoönose-uitbraken, zoals de Q-koorts die in Brabant uiteindelijk vele tientallen dodelijke slachtoffers heeft gekost.

We zijn er echter nog niet. De druk van de intensieve veeteelt op natuur en milieu, maar ook op mens en dier blijft onacceptabel groot. In de akker- en tuinbouw worden nog steeds veel te veel bestrijdingsmiddelen gebruikt; glyfosaat is daar een bekend voorbeeld van. Brabant staat helaas nog steeds vol met megastallen en is er groeiende maatschappelijke weerstand tegen de uitwassen van het mestoverschot, zoals bij de aangekondigde komst van de megamestfabriek MACE in Oss en Biomineralen in Roosendaal.

Dat het aantal dieren in Brabant fors omlaag moet staat voor de SP buiten kijf. Het aantal dieren moet dusdanig teruggebracht worden dat er werkelijk circulair gewerkt kan worden: de aanvoer van veevoer komt uit de regio en de mestafzet moet in de regio geregeld kunnen worden zonder natuur en milieu te overbelasten. Daarmee wordt het mestoverschot effectief tot nul teruggebracht. De provincie zou daarom met beleid moeten komen om dit voor 2030 te realiseren. Dit is in het belang van iedereen: mens, dier, natuur en milieu. Dit is ook in belang van de boer: door bovenstaande maatregelen halen we de boer onder het juk van grootschaligheid uit en krijgt hij of zij de ruimte om zelf te ondernemen, in plaats van door te ploeteren voor de bank.

Want volgens de SP ligt daar een groot deel van het probleem: banken en andere belanghebbenden – veevoerbedrijven bijvoorbeeld – zetten al decennia grof in op steeds verdere schaalvergroting. Vaak wordt er vervolgens dure technisch apparatuur ingezet om de overlast en/of de uitstoot te beperken (denk aan luchtwassers), wat vervolgens weer terugverdiend moet worden door meer dieren te gaan houden: een vicieuze cirkel die nodig doorbroken moet worden

Er ligt een enorme potentie in Brabant. Er is ontzettend veel kennis en innovatiekracht aanwezig. Dat is iets om trots op te zijn. De SP is van mening dat deze kennis ingezet zou moeten worden om een echte transitie naar een duurzame landbouw te bewerkstelligen. Een transitie naar een landbouw die kleinschaliger is en die past bij het dichtbevolkte Brabant, zonder schade te berokkenen aan natuur en milieu. Met een stevig draagvlak in de omgeving. Dit noemen wij de boerenlandbouw.

Dit zal geen gemakkelijke opgave zijn omdat alle betrokken partijen een duit in het zakje moeten doen. Dit geldt dus ook voor de retail en de consumenten; er zal een hogere beloning richting boeren moeten gaan. De afgelopen vier jaar zijn de eerste stappen gezet, maar we zijn er nog niet.

ONZE VOORSTELLEN:

GEZONDHEID

  • Gezondheid van mens en dier dient te alle tijden voorop te staan. Daarom gaat de provincie het voorzorgsbeginsel bij uitbreidingen en nieuwvestigingen van stallen en mestverwerkingsinstallaties consequent toepassen. Hierbij wordt rekening gehouden met de cumulatie van risico’s met al bestaande activiteiten.
  • Hoewel er stappen genomen zijn voor de erkenning van de Q-koortsslachtoffers, heeft het Rijk nog altijd niet de volledige erkenning en verantwoordelijkheid op zich genomen. We blijven knokken voor gerechtigheid. De landelijke regeling, waarbij Q-koortspatiënten of nabestaanden maximaal 15.000 euro kunnen krijgen, is volstrekt onvoldoende.
  • De gezondheidskaders rond mestverwerkers breiden we uit met kaders voor alle vormen van veeteelt, met speciale aandacht voor de geitenhouderij vanwege de uitkomsten van de VGO-onderzoeken.

Akker- en tuinbouw

  • De productie van eiwitrijk plantaardig voedsel voor mens en dier (veevoer) wordt gestimuleerd; dit om een afname van diereiwit (vlees) te compenseren en om een duurzaam alternatief te bieden voor de soja-import uit Zuid-Amerika.
  • Het gebruik van kunstmest wordt teruggedrongen en precisiebemesting met natuurlijke meststoffen wordt gestimuleerd. Overbemesting mag niet meer voorkomen.
  • De bodem en de kwaliteit daarvan zijn van groot belang voor een duurzame akkerbouw. De provincie vraagt aandacht voor beter bodembeheer en zal dit ook actief stimuleren.
  • Om de bodemkwaliteit te bevorderen ontmoedigt de provincie het gebruik van gif in de landbouw en bevordert zij biologische bestrijding.
  • Monocultuur draagt niet bij aan gezonde, biologische teelt van gewassen en dient daarom ontmoedigd te worden; vruchtwisseling wordt gestimuleerd.
  • De provincie onderzoekt met de sector, de waterschappen en andere betrokkenen hoe in de toekomst langdurige droogtes en extreem natte periodes beter opgevangen kunnen worden; daarbij kan gedacht worden aan beter water- en bodembeheer en aan de introductie van droogtebestendige gewassen.
  • Om de biodiversiteit en verbinding tussen natuurgebieden te bevorderen gaat de provincie samen met boerenondernemers op een deel van het land houtwallen en bloemrijke bermen realiseren.

VEETEELT

  • Elk voorstel dat ook maar enigszins geweld doet aan de op 7 juli 2017 aangenomen milieumaatregelen wijzen we resoluut van de hand. Maatregelen voor verdere stappen in de transitie naar een duurzame, kleinschalige en diverse landbouw ondersteunen we echter van harte.
  • De provincie moet een actiever beleid gaan voeren om het aantal dieren in de veeteelt fors af te laten nemen. Tegelijkertijd moet de provincie oog hebben voor boeren die door nieuw provinciaal beleid in de knel komen te zitten; dit moet de provincie door ondersteunende maatregelen zoveel mogelijk proberen te voorkomen.
  • De vraag naar biologisch geproduceerd voedsel zit in de lift, maar het Brabants aanbod blijft achter. De provincie zal samen met de boerenondernemers dit aan moeten pakken.
  • We stimuleren de ontwikkeling van nieuwe stalsystemen waarbij het natuurlijke gedrag van de dieren leidend is. Dieren moeten daarbij een vrije uitloop hebben. Grondgebonden veeteelt is dan ook het uitgangspunt.
  • Mestverwerking en -verwaarding zijn geen goede oplossingen voor het mestoverschot; de SP gaat daar niet in mee. Alle bestaande en geplande installaties die dit tot doel hebben zijn in de ogen van de SP tijdelijk, totdat het mestoverschot tot nul is teruggebracht.
  • Mestafzet moet in de regio gerealiseerd kunnen worden, zo dichtbij mogelijk.
  • Het bewerken (verhitten en hygiëniseren) van mest om ziekteverwekkers (zoönosen) te doden voordat mest uitgereden wordt en/of het afvangen en verstoken van methaan uit mest als maatregel in de energietransitie wijzen we niet per definitie af.
  • Zonder lokaal draagvlak geen grootschalige mestverwerking.
  • De brandveiligheid in stallen moet echt beter. In overleg met de veiligheidsregio’s zet de provincie zich in voor maatregelen die dit kunnen bereiken, zoals bijvoorbeeld verplichte sprinklerinstallaties of compartimentering van stallen.
  • De SP vindt stallen zonder bedrijfswoning onwenselijk in het kader van toezicht van de ondernemer op het dierenwelzijn en de (brand)veiligheid. De provincie moet daarom beleid voeren om stallen zonder bedrijfswoning te voorkomen.
  • Luchtwassers passen niet in een transitie naar een duurzame veehouderij en dienen daarom uitgefaseerd te worden. Voor uitbreidingen en nieuw te bouwen stallen dienen andere maatregelen genomen te worden om uitstoot van fijnstof, geur en ammoniak te voorkomen; luchtwassers kunnen daarvoor niet meer worden toegepast.
  • De verplichte omgevingsdialogen zijn vaak vooral eenrichtingsverkeer waarbij omwonenden worden overdonderd door agrarische adviseurs. De provincie stelt voor omwonenden een onafhankelijk adviseur beschikbaar om het kennisniveau meer gelijk te stellen.

Energie

We zien steeds vaker en nadrukkelijker de gevolgen van klimaatverandering. Dat we over moeten stappen op duurzame energie staat buiten kijf, en we hebben haast. Wij lopen niet achter de klimaatontkenners aan, die helaas met veel bombarie de publieke opinie beïnvloeden en daarmee het draagvlak voor duurzame energie onderuit proberen te halen. We kunnen dit onszelf – en vooral de generaties na ons – niet veroorloven. Dit betekent dat er ook in Brabant ruimte moet zijn voor energieopwekking uit zon, wind en aardwarmte. Duurzame initiatieven, waaronder ook energiebesparing, van burgers, buurten of collectieven moeten worden gestimuleerd, evenals de industriële ontwikkeling van zonnetechniek in Brainport. De komende periode staat ons dan ook een enorme opgave te wachten.

Een goede energievoorziening is onmisbaar voor een moderne maatschappij; we kunnen niet zonder. De verduurzaming van de energievoorziening in Brabant wil echter nog niet vlotten: we stijgen niet boven de middenmoot uit en in onze (slimme) Brainportregio scoren we zelfs slecht. Tegelijkertijd moeten we ook realistisch zijn: het Brabants grondgebied wordt intensief gebruikt, voor wonen, recreatie en bedrijvigheid. We zullen windmolens en zonneparken in moeten passen; dat kan en dat moet ook. Maar om Brabant met de huidige technieken op eigen grondgebied geheel zelfvoorzienend te maken in de energievoorziening is er te weinig ruimte. Echter, wat we kunnen doen, moeten we doen. Dat vraagt komende jaren om stevige keuzes en daadkrachtig bestuur. Daarnaast is er nog veel winst te behalen met energiebesparing. De SP vindt dat de provincie daar veel meer aandacht voor moet hebben.

De SP vindt onze energievoorziening en verduurzaming daarvan een publieke zaak en veel te belangrijk om aan de grillen van de markt over te laten. Helaas zien wij nu dat energiecowboys – bedrijven gedreven door winstbejag – het liefste zo snel mogelijk zo groot mogelijke parken uit de grond stampen. Omwonenden en de natuur dragen de lasten, terwijl de lusten in de zakken van deze kapitalisten verdwijnen. Dat is niet goed voor het draagvlak. Dat vinden wij oneerlijk en onacceptabel. Bij de aanleg van zonneweides en windparken zal zoveel mogelijk rekening gehouden moeten worden met alle belangen. Maar uiteindelijk moeten we het afgesproken doel van omvorming naar duurzame energie wél halen. Klimaatrechtvaardigheid is belangrijk voor de SP. Energie moet goed betaalbaar blijven voor iedereen en dus moeten ook de baten en lasten eerlijk verdeeld worden.

Daarom willen wij de energievoorziening democratiseren. Energiecoöperaties zijn op dit moment de nieuwe collectieve voorzieningen. Ze zijn echter nog te klein om echt het verschil te maken. In 2015 is er een voorstel van de SP aangenomen om de Brabantse energiecoöperaties te steunen om meer duurzame opwekking aan te jagen. Dit was een eerste stap, maar is uiteindelijk nog niet voldoende. We zullen het aanbod aan duurzame energie flink moeten opschalen.

De opwekking van energie moet daarom weer in de handen van de overheid komen. Wij pleiten ervoor om dit in de komende periode op lokale, regionale en provinciale schaal te organiseren. Hiermee borgen we dat de lusten maximaal aan de gemeenschap toekomen: duurzame energie kunnen we voor iedereen betaalbaar maken en omwonenden kunnen we compenseren. Dat is niet meer dan rechtvaardig en wij zijn ervan overtuigd dat dit het draagvlak voor de omschakeling naar duurzame energie flink zal vergroten.

De provincie heeft in het voorjaar van 2015 zijn handtekening gezet onder het Brabants Energie Akkoord (BEA). Daar staat in dat er tot 2020 6 procent bezuinigd moet worden, en dat in 2023 16 procent van de energie duurzaam moet worden opgewekt. Internationale ambities reiken verder en zijn wat de SP betreft leidend. Als ‘Slimste regio van Europa’ kunnen we het niet maken om op dit terrein niet leidend te zijn!

De provinciale ambitie is dat alle 800.000 huizen in 2050 energieneutraal zijn, dus met “Nul op de Meter” (NOM). Vooralsnog lukt het met die ambitie slecht. Versoepelen van normen, zoals nu lijkt te gebeuren, is geen optie wat de SP betreft. Meer druk op de woningcorporaties en woningeigenaren is nodig om de doelstelling te halen. Minstens zo moeilijk is de vraag wat er in de plaats van het gas moet komen. Collectieve grote inrichtingen, zoals installaties voor warmte- en koudeopslag, geothermische inrichtingen en bedrijven die restwarmte leveren, kunnen slechts warmte aanbieden aan een warmtenet. Hier ligt een natuurlijke taak voor de provincie wat betreft regie en juridische ruimte. De onvrede over stadsverwarming bij bewoners komt vooral omdat ze financieel genept zijn en hun woning minder geïsoleerd is dan een vergelijkbare woning zonder stadsverwarming. Draagvlak is belangrijk en dus zal de provincie met alle betrokken partijen het gesprek aangaan om te komen tot een eerlijke warmtelevering.

Op dit moment is vergisten en verbranden van biomassa veruit de grootste bron van hernieuwbare energie in Brabant. De SP is alert op het toepassen van biomassa. De duurzaamheid van gebruikte biomassa moet onomstreden zijn. Met name bij grootverbruikers als de Amercentrale is toezicht daarop belangrijk. Wij blijven echter van mening dat deze kolencentrale op zo’n kort mogelijke termijn gesloten moet worden. Daarbij kan het ter plaatse (mono)vergisten van mest en het verbranden van hout, afhankelijk van de omstandigheden, duurzaam zijn.

Transport van mensen en goederen is een grote bron van vervuiling. Openbaar vervoer is per reiziger per definitie schoner en duurzamer dan door fossiele brandstof aangedreven auto’s en vliegtuigen. De opkomst van elektrische auto’s en auto’s op waterstof is een redelijk alternatief. De infrastructuur zal daarop aangepast moeten worden. Voldoende laadpalen en een goed netwerk van waterstoftankstations zijn hard nodig om verdere groei van dat duurzamere wagenpark te bevorderen.

Duurzaam opwekken van energie zorgt voor grotere schommelingen van aanbod op het net. Voor leveringszekerheid is een stabiel netwerk van essentieel belang. Vraag en aanbod zullen dus meer in balans moeten worden gebracht; hiervoor dient geëxperimenteerd te worden. De provincie is aandeelhouder in het leidingnet van Enexis. Dat biedt kansen voor meer experimenten rond opslag en afstemmen van vraag en aanbod.

De energietransitie gaat niet vanzelf en is te belangrijk om aan de markt over te laten.

ONZE VOORSTELLEN:

ENERGIEBESPARING

  • In 2023 moet 7 miljard kWh(2*) aan energie bespaard zijn, een besparing van zo’n 8 procent.
  • Er komt in Brabant ruimte voor experimenten voor energiebesparing zoals vraag-tijdstip-beïnvloeding.
  • De provincie houdt haar Nul-op-de-Meter-ambitie overeind. Het proces Stroomversnelling Brabant moet weer aan de praat gebracht worden.
  • Bedrijven gebruiken ongeveer 80 procent van de elektriciteit in Brabant. Daarom vragen we aandacht voor energiebesparing bij bedrijven, onder andere door gebruik te maken van onze bevoegdheden in het kader van de Wet milieubeheer.

ENERGIEOPWEKKING

  • In 2023 is 15 miljard kWh van de energie duurzaam opgewekt. Dat vraagt 4,7 miljard kWh aan nieuwe bronnen.(3*)
  • De provincie onderschrijft de internationale basisprincipes van coöperaties en ziet de energiecoöperaties daarom als een belangrijke bondgenoot in de energietransitie en ondersteunt ze om goed te presteren.
  • Er wordt ingezet op benutten van restwarmte van industrie en landbouw.
  • De provincie steunt bewoners op weg naar eerlijke en duurzame stadsverwarming.
  • De provincie ziet streng toe op de echte duurzaamheid van Biomassa.

ENERGIEOPSLAG EN -TRANSPORT

  • De provincie moet Enexis ruimte bieden voor creatieve oplossingen bij het netbeheer.
  • Er komt een Masterplan energieopslag om duurzaam opgewekte energie op te kunnen slaan.
  • De provincie werkt mee aan de verdere elektrificatie van het autoverkeer, onder meer door het plaatsen van laadpalen en de bijbehorende infrastructuur.

KLIMAATRECHTVAARDIGHEID

  • Ook de lusten van elk groot wind- of zonne-energieproject – in handen van de overheid, of niet – worden rechtvaardig met de omwonenden gedeeld. Hiertoe stelt de provincie een standaardmodel op, naar voorbeeld van de Green Deal bij het windproject A16.
  • Onze energievoorziening moet weer onder democratische controle komen en dient daarom door de overheid lokaal, regionaal en/of provinciaal georganiseerd worden.
  • De provincie behoort alles in het werk te stellen om te bevorderen dat ook de kerncentrales in België worden gesloten en dat België als goede buur werk maakt van betere communicatie met betrekking tot de kerncentrales van Doel.

[2] 7 miljard kWh staat ongeveer gelijk aan 25 PJ (‘PJ’ betekent petajoule).

[3] ​Respectievelijk 55 PJ duurzame opwekking, waarvan 17 PJ nieuw.

Verkeer en Vervoer

Noord-Brabant is een grote provincie met ruim 550 kilometer aan provinciale wegen, 520 kilo-meter aan fietspaden, 600 bruggen en viaducten en meerdere vliegvelden. Door de groei van de economie wordt het steeds drukker, vooral het vrachtverkeer groeit snel. De toename van elektri-sche (vracht)auto’s en bussen, maar vooral van zelfrijdende auto’s zal wel het nodige veranderen, maar op dit moment gaat het duurzamer maken van het vervoer nog heel langzaam, te lang-zaam. Dat komt vooral doordat de Rijksoverheid milieuvriendelijk verkeer niet echt stimuleert/faciliteert.

Bij het belangrijke periodieke onderhoud van autowegen, fietspaden en ‘kunstwerken’ (zoals bruggen en viaducten) moet gebruik worden gemaakt van de nieuwste inzichten op het gebied van milieuvriendelijke, duurzame materialen, geluidsreductie en verbetering van de veiligheid. Het fietsbeleid van de afgelopen jaren moet met voldoende budget worden voortgezet.

Bij plannen voor nieuwe wegen pleit de SP er steeds voor om eerst alle andere mogelijkheden, zoals het verbeteren van bestaande wegen, zo goed mogelijk door te rekenen en te realiseren alvorens nieuw asfalt aan te leggen. De druk op de Brabantse wegen wordt door het groeiende vrachtverkeer steeds groter, nog verergerd door de aanleg van grote logistieke centra in het buitengebied. Dat heeft ook meer files tot gevolg. Smart Mobility, goede logistieke planning en een efficiënt OV kunnen meehelpen aan de oplossing van dit probleem. De elektrische fiets kan, meer nog dan nu gebeurt, ingezet worden bij woon-werkverkeer.

De aanleg van de N279 Noord is in de afgelopen periode voltooid. De plannen voor de N279 Zuid zijn in een vergevorderd stadium en zullen de komende jaren worden uitgevoerd. Telkens weer borrelt de oude discussie op om de zogenaamde ‘Ruit om Eindhoven’ alsnog aan te leggen. De SP zegt, samen met het overgrote deel van de regiogemeentes in Zuidoost Brabant, dat de Bereik-baarheidsagenda, zoals die een aantal jaren geleden is afgesproken, moet worden uitgevoerd, met een grote rol voor het OV, de fiets en Smart Mobility. Er wordt geen noord-oost-corridor aangelegd, oftewel er komt geen Ruit om Eindhoven. Ook komt er geen afgeslankte of ‘mini-Ruit’.

Een flink deel van de verkeersproblemen in Brabant speelt op de Rijkswegen, de A58, de A67, de A65, de A2, de A50 en de A59/A27 (Hooipolder). De provincie moet erop blijven aandringen dat het Rijk deze problemen zo goed en zo snel mogelijk aanpakt. Afschaffen van de stoplichten bij Hooipolder en ruimte voor een railverbinding bij het opknappen van de A27 blijven ook op het prioriteitenlijstje staan.

De omschakeling naar elektrische auto’s kan niet zonder een goede laadinfrastructuur in de provincie, dus ook langs de provinciale wegen.

Al gaat er in de toekomst op het gebied van mobiliteit veel veranderen, de komende jaren zal een deel van het openbaar vervoer in Brabant gewoon met bussen plaatsvinden. Het busvervoer in Noord-Brabant valt onder de verantwoordelijkheid van de provincie. Via een concessie voeren commerciële busmaatschappijen, Arriva en Connexxion (Hermes), dit vervoer uit. Voor de SP staat voorop dat dit vervoer goed toegankelijk, breed beschikbaar, veilig én betaalbaar moet zijn. Om dit te bereiken is voldoende geld nodig. Het bedrag dat de provincie van het Rijk ontvangt is al jaren onvoldoende om goed toegankelijk, breed beschikbaar en betaalbaar vervoer te organiseren. Daarom wil de SP incidenteel eigen provinciale middelen toevoegen aan het Rijksbudget voor goed openbaar (bus)vervoer. Bekostiging van het OV moet een Rijkstaak blijven.

Omschakelen op elektrische bussen ligt voor de hand. Het is onacceptabel, dat slecht bezette lijnen, met name in het buitengebied, verdwijnen zonder dat daar een gelijkwaardig alternatief voor de gewone reiziger voor terugkomt. Buurtbussen en andere initiatieven proberen dit gat te dichten met vrijwilligers. Vooral door de toenemende drukte op de weg en de files is het belangrijk dat het openbaar (bus)vervoer meehelpt om dit probleem op te lossen, met name in de spits.

In de praktijk is de hele aanbestedingsprocedure een ‘black box’ voor Provinciale Staten. Wie uiteindelijk de bussen gaat rijden, wordt achter gesloten deuren besloten. Daarom moet, wat de SP betreft, de marktwerking in het busvervoer teruggedraaid worden. Het heeft niet gebracht wat beloofd was: goedkopere kaartjes en meer bussen en buslijnen. Verder staan de arbeidsomstandig-heden van de chauffeurs zwaar onder druk; immers, bezuinigen op personeel betekent meer winst voor de busmaatschappij. Daarnaast zijn de bussen beperkt toegankelijk voor mensen met een beperking. Door de marktwerking wordt dat ten onrechte als kostenpost gezien.

Omdat de Brabantse wegen steeds voller raken, steunt de SP alle goede plannen om de vaarwegen en overslaghavens in Brabant te verbeteren. Het opwaarderen en uitbaggeren van kanalen en sluizen hoort daarbij. Zo kan de binnenvaart een alternatief zijn voor het vrachtverkeer over de weg.

De veerponten aan de grenzen van Noord-Brabant zijn vaak een essentiële schakel in de verbindingen voor fietsers en voetgangers. Daarom dienen zij door (beide) provincies ondersteund te worden, zodat een redelijke exploitatie mogelijk is.

SPOORWEGEN

Met uitzondering van de Maaslijn, waar Brabant samen met Limburg concessieverlener is, beheert de provincie geen spoorlijnen. Brabant kent echter een aantal zeer druk bereden spoorroutes die de komende jaren alleen maar drukker zullen worden, vooral door steeds meer goederenvervoer, maar ook steeds meer personentreinen. De SP vindt goederenvervoer een goede zaak, maar dan moet de veiligheid op en rond het spoor wel gewaarborgd zijn, vooral als het gaat om het vervoer van gevaarlijke stoffen: wij willen veilige treinen, geen gelijkvloerse spoorwegovergangen en dat het beveiligingssysteem ERTMS overal is aangebracht en de veiligheidsmaatregelen bij de omliggende gemeentes en gebouwen op orde zijn. Verder moeten er goede maatregelen genomen worden tegen geluidsoverlast en trillingen. Het Rijk is hier als eerste aan zet, maar de provincie moet haar eigen aandeel hierin zo goed mogelijk uitvoeren.

Het is nog steeds belabberd gesteld met de internationale treinverbindingen van Brabant. Ook hier moet de provincie voortdurend aandacht voor blijven vragen in Den Haag.

Voor de (kleine) vliegvelden Seppe en Budel is de provincie bevoegd gezag. Bij het beheer van deze vliegvelden blijft de SP pleiten voor een terughoudend beleid, zodat de overlast van deze vlieg-velden voor omwonenden niet groter wordt.

Daarnaast is de provincie voor bijna een kwart aandeelhouder van Eindhoven Airport. Dat zal de komende periode spelen, omdat er met name in Zuidoost-Brabant een discussie opgestart wordt over de toekomst van dit zeer snel groeiende vliegveld en vliegen in het algemeen. De geluidsoverlast, luchtvervuiling, aantasting van het klimaat en de beperkingen op het gebruik van de

ruimte rond het vliegveld mogen niet groter worden en moeten zelfs krimpen. Dat kan onder andere door de modernste technieken in te zetten. De SP wil dat de provincie als aandeelhouder deze doelstellingen onderschrijft.

De overlast van starts en landingen van helikopters en drones overal in de provincie neemt toe. Er zijn inmiddels, onder andere op aandrang van de SP, al strengere regels voor helikoptervluchten, maar we gaan de komende tijd volgen of dat wel streng genoeg is.

Pijplijnen ondergronds zijn een ander alternatief voor vervoer over de weg. De aanleg moet wel in goed overleg met gemeentes en bewoners plaatsvinden

ONZE VOORSTELLEN:
  • Mede ter stimulering van het toerisme in Brabant draagt de provincie bij aan het landelijke Fietsknooppuntennetwerk en Wandelnet.
  • Bij onderhoud aan wegen kiest de provincie voor de modernste technieken met betrekking tot veiligheid, geluidsreductie en duurzaamheid.
  • Bij plannen voor nieuwe wegen moet de provincie eerst alle andere mogelijkheden, zoals het verbeteren van bestaande wegen, onderzocht hebben voordat er nieuw asfalt aangelegd wordt.
  • De SP is tegen de aanbestedingsplicht voor het OV en wil een herbezinning hierop.
  • Het landelijke gebied van Brabant moet met betaalbaar OV bereikbaar blijven voor iedereen. Dat geldt ook voor grote bedrijventerreinen en sociale instellingen als scholen, ziekenhuizen, verpleeghuizen en huisartsenposten.
  • Alle kernen zouden bereikbaar moeten zijn met het OV, op z’n minst twee keer per dag.
  • Aanvullend OV door vrijwilligers mag geen verdringing zijn van regulier werk.
  • Er moet haast gemaakt worden met een provinciebreed snelfietspadennetwerk.
  • Waar nodig moet de provincie het gebruik van de (elektrische) fiets actief stimuleren.
  • De stoplichten bij Hooipolder moeten verdwijnen en langs de A27 moet ruimte blijven voor een toekomstige snelbus of railverbinding.
  • De provincie maakt een nieuw fonds voor medefinanciering van te saneren van gevaarlijke overwegen.
  • De provincie zet de noord-zuid-goederenspoorlijn tussen Rotterdam en Antwerpen weer op de agenda en spant zich in om deze te realiseren.
  • De provincie moet zich inzetten om bij Ravenstein een brug met dubbelspoor te realiseren.
  • De provincie betrekt bewoners in een vroeg stadium bij de aanleg van infrastructuur, dus ook bij de aanleg van pijpleidingen.
  • In de discussie rond Eindhoven Airport kiest de provincie samen met de regio een standpunt voor geluidsreductie, milieu, klimaat en minder overlast voor de directe omgeving.

Doe mee

Meld je aan

Terug naar boven