h
Verkiezingsprogramma 2019-2023 Tijd voor Rechtvaardigheid

Naar een Boerenlandbouw

Decennialang lag in de landbouw de focus op steeds verder gaande intensivering. Dit is goed merkbaar in Brabant. Enorme stallen en vele monotone maisvelden domineren het landschap, maar ook mens en natuur voelen de gevolgen. De Q-koortsepidemie staat bij velen in hun geheugen gegrift en de biodiversiteit neemt rap af. Onze voedselvoorziening is ontzettend belangrijk, maar de huidige wijze van produceren, die grotendeels op de export is gericht, is niet langer houdbaar.

Op 7 juli 2017 heeft de provincie vergaande besluiten genomen om de transitie van de landbouw te versnellen. We lopen daarin in Nederland voorop. Na ‘Megastallen Nee’ was dit de volgende stap; de veeteelt moet nu echt werk maken van de verduurzaming. Maar dat is nog een lang proces. Veel bedrijven moeten in 2020 een nieuwe vergunning hebben, velen moeten al in 2022 voldoen aan de nieuwe regels. Daar moeten we boeren bij helpen, met advies, met ruimte en soms zelfs met geld, maar wel in de nieuwe richting van een duurzame, natuurinclusieve en gezonde kringlooplandbouw.

Uiteindelijk willen we de ketens van grondstoffen en producten zo kort mogelijk hebben; geen gesleep met voer, vlees en mest over de hele wereld. Boeren moeten een goede boterham kunnen verdienen met eerlijke productie zonder overlast voor burgers en natuur.

Daarnaast heeft de SP gezondheid rondom veehouderijen flink op de kaart gezet. Ook is mede door ingrijpen van de Brabantse SP geen kennis en expertise verloren gegaan over zoönose-uitbraken, zoals de Q-koorts die in Brabant uiteindelijk vele tientallen dodelijke slachtoffers heeft gekost.

We zijn er echter nog niet. De druk van de intensieve veeteelt op natuur en milieu, maar ook op mens en dier blijft onacceptabel groot. In de akker- en tuinbouw worden nog steeds veel te veel bestrijdingsmiddelen gebruikt; glyfosaat is daar een bekend voorbeeld van. Brabant staat helaas nog steeds vol met megastallen en is er groeiende maatschappelijke weerstand tegen de uitwassen van het mestoverschot, zoals bij de aangekondigde komst van de megamestfabriek MACE in Oss en Biomineralen in Roosendaal.

Dat het aantal dieren in Brabant fors omlaag moet staat voor de SP buiten kijf. Het aantal dieren moet dusdanig teruggebracht worden dat er werkelijk circulair gewerkt kan worden: de aanvoer van veevoer komt uit de regio en de mestafzet moet in de regio geregeld kunnen worden zonder natuur en milieu te overbelasten. Daarmee wordt het mestoverschot effectief tot nul teruggebracht. De provincie zou daarom met beleid moeten komen om dit voor 2030 te realiseren. Dit is in het belang van iedereen: mens, dier, natuur en milieu. Dit is ook in belang van de boer: door bovenstaande maatregelen halen we de boer onder het juk van grootschaligheid uit en krijgt hij of zij de ruimte om zelf te ondernemen, in plaats van door te ploeteren voor de bank.

Want volgens de SP ligt daar een groot deel van het probleem: banken en andere belanghebbenden – veevoerbedrijven bijvoorbeeld – zetten al decennia grof in op steeds verdere schaalvergroting. Vaak wordt er vervolgens dure technisch apparatuur ingezet om de overlast en/of de uitstoot te beperken (denk aan luchtwassers), wat vervolgens weer terugverdiend moet worden door meer dieren te gaan houden: een vicieuze cirkel die nodig doorbroken moet worden

Er ligt een enorme potentie in Brabant. Er is ontzettend veel kennis en innovatiekracht aanwezig. Dat is iets om trots op te zijn. De SP is van mening dat deze kennis ingezet zou moeten worden om een echte transitie naar een duurzame landbouw te bewerkstelligen. Een transitie naar een landbouw die kleinschaliger is en die past bij het dichtbevolkte Brabant, zonder schade te berokkenen aan natuur en milieu. Met een stevig draagvlak in de omgeving. Dit noemen wij de boerenlandbouw.

Dit zal geen gemakkelijke opgave zijn omdat alle betrokken partijen een duit in het zakje moeten doen. Dit geldt dus ook voor de retail en de consumenten; er zal een hogere beloning richting boeren moeten gaan. De afgelopen vier jaar zijn de eerste stappen gezet, maar we zijn er nog niet.

ONZE VOORSTELLEN:

GEZONDHEID

  • Gezondheid van mens en dier dient te alle tijden voorop te staan. Daarom gaat de provincie het voorzorgsbeginsel bij uitbreidingen en nieuwvestigingen van stallen en mestverwerkingsinstallaties consequent toepassen. Hierbij wordt rekening gehouden met de cumulatie van risico’s met al bestaande activiteiten.
  • Hoewel er stappen genomen zijn voor de erkenning van de Q-koortsslachtoffers, heeft het Rijk nog altijd niet de volledige erkenning en verantwoordelijkheid op zich genomen. We blijven knokken voor gerechtigheid. De landelijke regeling, waarbij Q-koortspatiënten of nabestaanden maximaal 15.000 euro kunnen krijgen, is volstrekt onvoldoende.
  • De gezondheidskaders rond mestverwerkers breiden we uit met kaders voor alle vormen van veeteelt, met speciale aandacht voor de geitenhouderij vanwege de uitkomsten van de VGO-onderzoeken.

Akker- en tuinbouw

  • De productie van eiwitrijk plantaardig voedsel voor mens en dier (veevoer) wordt gestimuleerd; dit om een afname van diereiwit (vlees) te compenseren en om een duurzaam alternatief te bieden voor de soja-import uit Zuid-Amerika.
  • Het gebruik van kunstmest wordt teruggedrongen en precisiebemesting met natuurlijke meststoffen wordt gestimuleerd. Overbemesting mag niet meer voorkomen.
  • De bodem en de kwaliteit daarvan zijn van groot belang voor een duurzame akkerbouw. De provincie vraagt aandacht voor beter bodembeheer en zal dit ook actief stimuleren.
  • Om de bodemkwaliteit te bevorderen ontmoedigt de provincie het gebruik van gif in de landbouw en bevordert zij biologische bestrijding.
  • Monocultuur draagt niet bij aan gezonde, biologische teelt van gewassen en dient daarom ontmoedigd te worden; vruchtwisseling wordt gestimuleerd.
  • De provincie onderzoekt met de sector, de waterschappen en andere betrokkenen hoe in de toekomst langdurige droogtes en extreem natte periodes beter opgevangen kunnen worden; daarbij kan gedacht worden aan beter water- en bodembeheer en aan de introductie van droogtebestendige gewassen.
  • Om de biodiversiteit en verbinding tussen natuurgebieden te bevorderen gaat de provincie samen met boerenondernemers op een deel van het land houtwallen en bloemrijke bermen realiseren.

VEETEELT

  • Elk voorstel dat ook maar enigszins geweld doet aan de op 7 juli 2017 aangenomen milieumaatregelen wijzen we resoluut van de hand. Maatregelen voor verdere stappen in de transitie naar een duurzame, kleinschalige en diverse landbouw ondersteunen we echter van harte.
  • De provincie moet een actiever beleid gaan voeren om het aantal dieren in de veeteelt fors af te laten nemen. Tegelijkertijd moet de provincie oog hebben voor boeren die door nieuw provinciaal beleid in de knel komen te zitten; dit moet de provincie door ondersteunende maatregelen zoveel mogelijk proberen te voorkomen.
  • De vraag naar biologisch geproduceerd voedsel zit in de lift, maar het Brabants aanbod blijft achter. De provincie zal samen met de boerenondernemers dit aan moeten pakken.
  • We stimuleren de ontwikkeling van nieuwe stalsystemen waarbij het natuurlijke gedrag van de dieren leidend is. Dieren moeten daarbij een vrije uitloop hebben. Grondgebonden veeteelt is dan ook het uitgangspunt.
  • Mestverwerking en -verwaarding zijn geen goede oplossingen voor het mestoverschot; de SP gaat daar niet in mee. Alle bestaande en geplande installaties die dit tot doel hebben zijn in de ogen van de SP tijdelijk, totdat het mestoverschot tot nul is teruggebracht.
  • Mestafzet moet in de regio gerealiseerd kunnen worden, zo dichtbij mogelijk.
  • Het bewerken (verhitten en hygiëniseren) van mest om ziekteverwekkers (zoönosen) te doden voordat mest uitgereden wordt en/of het afvangen en verstoken van methaan uit mest als maatregel in de energietransitie wijzen we niet per definitie af.
  • Zonder lokaal draagvlak geen grootschalige mestverwerking.
  • De brandveiligheid in stallen moet echt beter. In overleg met de veiligheidsregio’s zet de provincie zich in voor maatregelen die dit kunnen bereiken, zoals bijvoorbeeld verplichte sprinklerinstallaties of compartimentering van stallen.
  • De SP vindt stallen zonder bedrijfswoning onwenselijk in het kader van toezicht van de ondernemer op het dierenwelzijn en de (brand)veiligheid. De provincie moet daarom beleid voeren om stallen zonder bedrijfswoning te voorkomen.
  • Luchtwassers passen niet in een transitie naar een duurzame veehouderij en dienen daarom uitgefaseerd te worden. Voor uitbreidingen en nieuw te bouwen stallen dienen andere maatregelen genomen te worden om uitstoot van fijnstof, geur en ammoniak te voorkomen; luchtwassers kunnen daarvoor niet meer worden toegepast.
  • De verplichte omgevingsdialogen zijn vaak vooral eenrichtingsverkeer waarbij omwonenden worden overdonderd door agrarische adviseurs. De provincie stelt voor omwonenden een onafhankelijk adviseur beschikbaar om het kennisniveau meer gelijk te stellen.

U bent hier